Agatha van Sicilië

Afbeelding

Collectie Stad Antwerpen, MAS
Images/IMG-Agatha van Sicilië-20251118-0.png|300

Andere afbeeldingen

https://dams.antwerpen.be/asset/bTPOWPZZxlZgJKTTFg29YTyJ#id
IMG-Agatha van Sicilië-20251118-0.png

Tekst

De H. Agatha van Sicilië (van Catania) was een mooie, christelijke vrouw die in de 3de eeuw op Sicilië woonde en weigerde om de minnares te worden van landvoogd Quintianus. Hij gaf het bevel haar borsten met een tang af te nijpen, maar die nacht verscheen de H. Petrus in haar cel en genas haar. Enkele dagen later liet Quintianus haar over een vloer met gloeiende kolen en scherven slepen. Op dat ogenblik beefde de aarde en schudde Catania op haar grondvesten, maar Agatha was zo zwaargewond dat ze overleed (ca. 250).

De heilige wordt voorgesteld als jonge vrouw met een sluier op het hoofd. Het belangrijkste attribuut is een schotel met één of twee borsten. Als marteltuigen komen voor: een tang, schaar, mes of fakkel in de hand. Andere attributen zijn een palmtak (als martelares), een brandstapel of kaars (verbranding), een brood (patronaat) of de hoorn van een eenhoorn (teken van maagdelijkheid).

Vanwege haar marteling werd ze aangeroepen tegen borstkwalen en borstkanker, onder meer in Landskouter waar water werd gewijd waarmee men de borst negen dagen moest wassen. Op andere plaatsen (soms naar haar genoemd: Sint-Agatha-Rode, Sint-Agatha-Berchem, Aagtekerke) werden broodjes gezegend ter ere van haar. Men at ze om gevrijwaard te blijven van ziekten of verbrokkelde ze in de stallen tegen brand. Andere ziekten waartegen haar hulp werd afgesmeekt, waren kanker, pest, doorligwonden, brand en brandwonden (haar marteling), aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Als een van de XXXVI heiligen hielp ze ook tegen onbekende ziekten.

Omdat haar borsten op de schaal op broodjes leken, werd ze de patrones van de bakkers. Omdat ze op klokken leken (en omdat die geluid werden bij brand) was ze de patrones van klokkengieters, maar ook van hoogovenwerkers, brandweerlieden, glasblazers, edelsmeden, juweliers, mijnwerkers, vuurwerkmakers, verpleegsters (genezing door Petrus), voedsters en wevers.