Blasius van Sebaste
Afbeelding
Ruusbroec

Andere afbeeldingen
https://anet.be/record/opacuactobj/tg:uact:1097/N

https://dams.antwerpen.be/asset/KkPFhlBlwTHCeKWlifhEWRsG#id

Tekst
De H. Blasius, bisschop van Sebaste, hield zich tijdens de christenvervolging van keizer Licinius (311-323) schuil in een bos. Daar leefde hij in vrede met de wilde dieren die hem kwamen opzoeken om zich door hem te laten genezen. Toen hij werd ontdekt, leverde men hem over aan de beulen. Die trokken met ijzeren wolkammen het vlees zijn beenderen. Daarna werd hij onthoofd.
Vandaar dat zijn bekendste attribuut een wolkam is. De heilige is als bisschop gekleed en heeft vaak twee gekruiste kaarsen in de hand (hij redde een kind nadat de moeder twee kaarsen voor hem had gebrand). Andere voorstellingen tonen hem met vee aan de voeten (verwijzend naar de dieren die hij genas) en meer specifiek met een varken (een wolf bracht op zijn bevel het varken terug dat hij van een weduwe had geroofd).
De H. Blasius werd vooral aangeroepen tegen blaaspijn (zijn naam), blaren en blazen (Sint-Blazeriuszeer genoemd vanwege de klankovereenkomst met zijn naam) en keelpijn omdat hij ooit een visgraat uit de keel van een jongen haalde. De legende van de twee kaarsen leidde tot de Blasiuszegen of keelzegen, waarbij de hals werd aangeraakt met twee kaarsen in de vorm van een andreaskruis.
Vandaar dat hij de patroonheilige is van artsen, maar ook van kaarsenmakers, wolhandelaars en leerlooiers (zijn marteling), musici die blaasinstrumenten bespelen (zijn naam), molenaars (de wind blaast), varkenshoeders, wevers, kleer-, hoeden-, kousen- en schoenmakers.
De H. Blasius is ook een van de XXXVI heiligen en van de Veertien Noodhelpers die vanaf de middeleeuwen werden aangeroepen tegen alle mogelijke kwalen en problemen. In het geval van de H. Blasius onder meer tegen eczeem, hoofdpijn, huidontstekingen, waterzucht (hij liep over het water toen men hem wilde verdrinken), maagpijn, pest, slangenbeten, storm (wind), veeziekten en gewetensbezwaren (hij hielp een man die vertwijfeld was omdat hij zijn zonden niet had gebiecht).