Tillo van Solignac
Afbeelding

Andere afbeeldingen

Afbeelding
- zwart bededictijnerhabijt
- kaelnd hoofd
- abtsstaf
- kelk
- ambachtsman
Tekst
De H. Tillo (Hilonius van Solignac of Westfalen) werd in de 7de eeuw geboren in Saksen uit heidense ouders. Als jongen werd hij door bandieten gevangen genomen en in Parijs als slaaf verkocht, maar de H. Eligius van Noyon (Elooi) kocht hem vrij en vertrouwde hem toe aan de monikken van Solignac. Nadat hij zijn vorming had voltooid, keerde hij terug naar Parijs waar de H. Elooi (zelf een edelsmid) hem het ambacht van goudsmid leerde. Later werd hij priester, vergezelde de H. Elooi op zijn bekeringstochten en werkte in de omgeving van Doornik, Kortrijk en Izegem waar hij nog altijd wordt vereerd.
Na de dood van de H. Elooi in 660 keerde hij uit Vlaanderen terug naar Solignac. De monniken vroegen hem om hun abt te worden, maar dat wilde hij niet. Hij trok zich als kluizenaar terug in eenzaamheid, waar de mensen hem opzochten om genezen te worden van allerlei kwalen. Hij overleed rond 702.
De heilige wordt afgebeeld in zwart benedictijnerhabijt, met kalend hoofd, zowel met als zonder baard. In de ene hand houdt hij een abtsstaf (hoewel hij dat nooit is geweest), in de andere een kelk die verwijst naar zijn beroep van goudsmid. Sommige afbeeldingen tonen hem als ambachtsman aan het werk.
De H. Tillo wordt ook de ‘Apostel van Izegem’ genoemd waar de kerk aan hem is gewijd. Daar, maar ook op enkele andere plaatsen, werd hij aangeroepen tegen koorts en kinkhoest. De gewoonte om olie te wijden die tegen kinkhoest werd gebruikt, gaat terug op twee legendes. De ene verhaalt over een man die bij hem kwam om olie voor een zieke. Toen de H. Tillo zijn hand boven het lege ampulletje hield, vulde dat zich vanzelf met olie. Volgens de andere legende druppelde er na zijn dood uit zijn kist in de abijdijkerk van Solignac lange tijd een geurige olie.




